
Helaas, het zit er nu echt op... Nog twee uurtjes en ik ga naar het vliegveld van Buenos Aires en vlieg ik terug naar Nederland. Voordat ik natuurlijk weer in het normale ritme zit in Nederland moet ik nog wel even mijn laatste belevenissen met jullie delen.
Buenos Aires, alles wat jullie erover gehoord hebben is waarschijnlijk waar. Het is de meest Europese stad waar ik tot nu toe ben geweest. Maar voordat ik verder ga moet ik nog even weer terug naar Peru, naar Huacachina om precies te zijn. Daar zat ik vast vanwege de busstaking en in hetzelfde hotel zaten twee Portenas (inwoonsters van van Buenos Aires) en die beweerden dat zij de beste steak, de beste pizza en het beste voetbal hadden. Omdat te bewijzen hadden ze toen al aangegeven dat wanneer ik naar BA zou komen ze mij de stad wel even zouden laten zien. Zo gezegd zo gedaan. Alleen toen ze hoorden dat ik ´s nachts zou aankomen, vonden ze het verstandiger om mij ook maar even van het vliegveld te halen en mij een slaapplek aan te bieden. Eén van hun is eigenaar van een consultorio, een plek waar psychiaters een ruimte kunnen huren om consulten af te nemen, inclusief dé bank. Dus ik heb in de eerste vier dagen op de bank geslapen bij een psychiater. De locatie was ideaal tussen Boca en het stadscentrum, op de grens met San Telmo. De inwoners van onze wijk hebben de vriendelijke bijnaam van ¨Matadores¨ (moordenaars). De eerste dag in BA, eerst maar even een plattegrond gezocht en na 5 keer uitleg gekregen te hebben waar het wel en niet veilig was, op naar Boca, als ik de Lonely planet mag geloven is dit het Sodom en Gomorra van BA, natuurlijk zijn er heel slechte gedeeltes waar je niet naartoe moet.. Boca is natuurlijk de wijk van de voetbalclub en de gekleurde huisjes. Natuurlijk net te laat voor het Boca-museum, dus dan maar even wandelen over de caminito (de gekleurde huisjes). Aan het einde van de dag een biertje op het terras van La Perla. Daar Ismael ontmoet (de uitsmijter van de kroeg) en handelaar in Boca kaartjes. Ik mocht wel mee met hun (en 6000 andere supporters) uit naar Tigre, als ik de kaartjes wilde dan moest ik maar even bellen. ´s avonds met de Portenas gesproken en die vonden dat een heel erg slecht idee (ze vonden het voetbal eigenlijk helemaal niet alleen in het stadion van Boca). Nadat ook zaterdags andere mensen het idee als erg slecht hadden bestempeld, ben ik maar niet meegegaan. De zaterdag gewandeld door de helemaal opgeknapte haven van BA en toen op naar het concert ¨Argentina abraza Chile¨. Het leek of een groot gedeelte van BA was uitgelopen, want er waren meer dan 100.000 mensen. Dus de rest van de middag en avond naar beroemde argentijnse groepen geluisterd (ik kende er niet één). Het was erg gezellig. Na het concert moest iedereen weer terug naar het centrum, dus één grote chaos. Na ongeveer anderhalf uur weer terug in het centrum moesten we om middernacht nog eten (wat hier een gebruikelijk tijd is) om 01.00 hadden we onze pizza op.
Zondag was de dag van het voetballen. Jullie hebben al genoeg hierover gelezen. Dus kort. Op naar Riverplate. Onderweg weer een opmerkelijke ontmoeting. In de bus in Bolivia heb ik naast een jongen gezeten (student in BA) en die stapte dus ook in dezelfde stadsbus en herkende mij nog. Veel te vroeg in het stadion (Stadio Monumental, het stadion waar NL de WK van 78 heeft verloren), maar de sfeer was toen al fantastisch. De wedstrijd Riverplate - Huracan. Uitslag 2-0 en omdat Boca met 3-0 verloor bij Tigre was het groot feest. Ik vertrek natuurlijk een paar dagen te vroeg want zondag is de Superclasico. Op maandag verhuisd naar mijn hostel. De overige dagen ben ik nog rondgeleid in Palermo, San Telmo, Centro en Recoletta. Veel Buenos Aires dus. Volgens mij heb ik wel heel veel gezien hier.
Ik moet er nu echt een eind aangebreien, omdat ik mijn spulletjes nog moet pakken, nog moet omkleden (want hier is het namelijk kortebroeken-weer)... De afgelopen vier maanden heb ik erg genoten, erg mooie, indrukwekkende dingen gezien en ervaringen opgedaan. Jullie zullen tot in den treure de verhalen nog wel horen. Jullie hebben mij de afgelopen maanden verrast met jullie vele en meestal onverwachte berichtjes. Nou we spreken elkaar snel in Nederland....
Saludos y un grande beso
Michel
Dit zal niet een heel lang verhaal worden, omdat ik niet zo heel veel tijd meer heb (nog een paar uur om precies te zijn). Inmiddels zit ik al een week in Buenos Aires. Na de grote leegte (het zuiden van argentinie) is dit echt even wennen. Even voor jullie beeld ongeveer een derde van heel Argentinië woont in deze stad en dat zijn er ongeveer 13 miljoen. Goed even terzake, want ik begin weer uit te wijden.
Ik was gebleven in Bariloche. Ik denk dat Bariloche het best te typeren is als een Zwitserse stadje in de bergen aan een groot meer. Een mooie stad maar niet een echt opwinnende stad. Het enige opwinnende was dé aardbeving. De stad ligt nog een redelijk eind van de plaats waar de aarbeving was, maar toch goed te voelen (hoge gebouwen zijn zelfs ontruimd). Dit is van horen zeggen omdat ik namelijk door de aardbeving heen ben geslapen. Een nacht later ben ik wel wakker geworden van wat trillingen. Nog even terugkomend op mijn verhaal over Chili en Chilenen en dat niemand ze leuk vind. Een dag na de aardbeving droegen de voetballers van alle argentijnse clubs vlaggen van Chili, vorige week droegen ze shirtjes met Arriba Chile en vorig weekend was in Buenos Aires een groot concert om goederen te verzamelen voor Chili (over dat concert vertel ik later nog wel wat meer). Terug naar Bariloche. In Bariloche heb ik verschillende dingen gedaan: wezen wandelen in de bergen, op de meren gevaren en ben naar de Tornador gweest (berg met gletsjer). Erg indrukwekkend was het vallen van het ijs en het enorme lawaai wat dat veroorzaakte. De maandag na de aardbeving was ik van plan om met de bus naar Chili te gaan, maar dat leek me niet erg verstandig dus dan maar naar het zuiden via Argentinië. Uiteindelijk voor de bus over de ruta 40 gekozen (erg beroemde weg in Argentinie, omdat die meer dan 5000 km lang is). Het klonk erg leuk allemaal maar achteraf misschien niet de beste keuze. Het kwam er uiteindelijk op neer dat we 26 uur in de bus hebben gezeten. Heel veel mensen waren voorbereid op de kou van Patagonie (inclusief muts en windjack), maar het bleef zo warm als in Bariloche (rond de 25 graden), maar de mutsen bleven op. We zaten met ongeveer 15 mensen in de bus en het was erg gezellig.
Na 26 uur aangekomen in El Chalten, een erg klein dorpje, tussen de bergen. Erg mooi en hier ben ik twee nachten gebleven om een wandeling te maken naar de Fitz Roy of de Cerre Torre. Ik heb voor de laatste gekozen. Het was een schitterende wandeling, bijna geen mensen, behalve twee argentinas met wie ik de hele dag heb gewandeld. Het eindpunt was een gletsjermeer met daarachter een grote gletsjer. Na een wandeling van ongeveer 8 uur teruggekomen in El Chalten waar ik de rest van de avond in de mini-bierbrouwerij heb doorgebracht. Toen naar El Calafate. Hier kun je ook wandelen, maar El Calafate ligt dichtbij enorm gletsjergebied (NP Los Glaciars), dus op naar de volgende gletsjer (Perito Moreno) en die was pas echt groot. Het mooie van deze gletsjer is dat iedereen heel gemakkelijk enorm dichtbij deze gletsjer kan komen (dus niet op een hoge berg). Op de fotos denk je eerst van het zal allemaal wel, maar de gletsjer is echt enorm indrukwekkend. Eerst vanaf land de gletsjer bekeken en dan zie je een muur van ijs van 60 meter hoog en 5 km breed. Doordat de gletsjer beweegt vallen er voortdurend stukken ijs in het water en soms erg grote stukken. Daarna in de boot de gletsjer bekeken en de boot bracht ons daarna naar de overkant van het meer naar de gletsjer. Hier hebben we tot slot anderhalf uur gewandeld over de gletsjer. Ik moet eerlijk zeggen dat het hier toch al wat kouder was en ik was blij met de handschoenen die we verplicht aan moesten hebben. Na deze dag pannekoeken gegeten (ja hoe verzin je het in Zuid-amerika) met een aantal mensen die ook naar de gletsjer waren gweest. Na twee uurtjes slapen op weg naar de volgende bus die om half drie ´s nachts vertrok en mij in 17 uur naar Ushuaia zou brengen.
Het was weer een schitterende route. Wij zijn met een ferry de straat van Magelhaes overgestoken naar Tierra de Fuego (Vuurland). Volgens mijn buurman (een autoverkoper in Rio Grande) hadden we erg veel geluk, omdat er erg weinig wind stond en volgens hem kon het hier behoorlijk spoken . Op de boot werd ik nog herkend door een nederlandse jongen die in Amsterdams restaurant werkte en waar ik 1 keer met Janine heb gegeten (erg vreemd). Om in het zuidelijkste puntje van Argentinie te komen moesten we door Chili (dat betekent Argentinie uit, Chili in, Chili uit, Argentinie in, conclusie twee en half uur verder). Ik ben nog steeds dol op die grenzen hier (:)). Uiteindelijk Ushuais.. Ushuaia is de zuidelijkste stad ter wereld (El fin del mundo). Erg leuk stad aan het Beagle kanaal omringd door bergen met besneeuwde toppen. Veel mensen nemen hier de boot naar Antartica, helaas had ik hier geen tijd meer voor. Misschien een volgende keer. Hier werd het dan toch behoorlijk kouder. Omdat ik ook hier een strak schema had, ben ik hier een dag met een boot over het beagle kanaal gevaren en zeeleeuwen en pinguins bekeken. De volgende dag regende het veel en heb ik het stadje wat bekeken, inclusief het gevangenismuseum en ´s avonds naar de bioscoop, waar ik Alice in wonderland in 3-d heb bekeken (die zal bij jullie alvast wel een tijd in de bioscoop zijn). De volgende dag in het vliegtuig naar Buenos Aires.
In het volgende verhaal (wat snel zal volgen, misschien vandaag nog wel) meer BA.
Saludos Michel
Ja, ik heb nu de smaak te pakken. Dus nu in twee dagen twee verhalen. Ik moet eerst even wat vertellen over Chili. Chili is echt een wereld van verschil in vergelijking met Bolivia, Peru of Colombia. Chili is een van de rijkste landen van Zuid-amerika en dat zie je overal. Het prijspeil heeft zich trouwens ook aangepast aan onze standaard (erg duur dus). Nog even een sociologische invalshoek. In de vorige drie landen werden de Chilenen steevast de Duitsers van Zuid-amerika genoemd (vrijvertaald: niemand mag de chilenen). De Peruanen en de Bolivianen omdat Chili nog delen van Bolivia en Peru "bezet" houdt (dit is een erg groot woord), de Argentijnen omdat de Britten tijdens de Falkland-oorlog bases in Chili mochten gebruiken en ik weet eigenlijk niet waarom de Colombianen de Chilenen niet mogen (ze vonden ze met name lelijk, volgens mij). Ik moet eerlijk zeggen, het zijn echt enorm vriendelijke mensen. Veel vriendelijker dan Peruanen en ze houden veel meer van een praatje met een gringo dan Bolivianen. In San Pedro bleek dat bijvoorbeeld al met Oriel en zijn broer die ons meenamen naar van alles en nog wat. Ook in La Serena precies hetzelfde. Ik ben een dag op pad geweest door de Valle d'Elqui, heb daar een familie ontmoet uit Concepcion (ja van de aarbeving) en heb de hele dag met hun doorgebracht en het was echt heel gezellig. De vallei lijkt heel veel op San Pedro (erg droog dus), maar met een groot verschil er ligt een stuwmeer en dat water gebruiken ze voor de landbouw (druiven). Het is hier op sommige stukken erg groen met daar omheen dus woestijn. Dit gebied is het gebied van de Pisco (sterke drank uit Chili). We zijn ook nog bij een Pisco-boer langs geweest en hebben daar nog even wat verschillende varianten geproefd. Verder in La Serena heb ik niet heel veel gedaan. La Serena is erg leuk stadje met een groot strand en het weer was heerlijk.
Na La Serena door naar Valparaiso. Valparaiso staat vol met mooie oude gebouwen (die soms wel erg verwaarloosd zijn, maar goed) en wat de stad ook erg mooi maakt is dat het tegen een stijle helling is gebouwd. Alleen de belangrijkste winkelstraten liggen op het vlakke gedeelte en de rest ligt tegen de helling aangeplakt. Een aantal wijken (cerros) kun je alleen bereiken via een lift. Erg oude liften wel te verstaan, sommige zijn namelijk ver over de 100 jaar oud. Ik kwam op een donderdag aan in Valparaiso en eigenlijk was het de bedoeling om datzelfde weekend naar een voetbalwedstrijd te gaan. Dus nadat ik een hostel gevonden had, meteen maar even vragen of er ook wedstrijden waren dat weekend. De jongen wist mij te vertellen dat dezelfde avond in Viña del Mar een wedstrijd in het kader van de copa libertadores was (de Zuid-amerikaanse champions leaugue) tussen Universidad de Chile en Caracas (Venezuela). Het enige probleem was dat de wedstrijd al om half acht begon. Dus ik had een uur om bij het stadion in Viña te komen en een kaartje te kopen. De eigenaresse bracht mij netjes bij de kruising waar de meeste bussen richting Viña langs komen. Ik moest alleen nog even de juiste vinden. Ik had de keuze tussen ongeveer 35 verschillende bussen. Na een half uurtje langs de straat zwaaien naar alle bussen had ik de juiste bus gevonden. Toen nog uitstappen op de juiste plaats (5 oueste con 7 norte), de bus zat helemaal vol en de buschauffeur was mij vergeten. Dus uitgestapt bij 5 oueste con 9 norte, eigenlijk is dit systeem zo simpel, maar goed ik nog een paar minuten. Na een korte wandeling kwam ik al aan in de buurt van het stadion en toen waren alle wegen afgesloten met hekken, daarachter ME en met grote waterkannonen. Netjes aan de stewards die langs de weg stonden gevraagd waar ik een kaartje kon kopen. Ze moesten beetje lachen want de wedstrijd was al een behoorlijk tijd uitverkocht. Ze wisten me wel te vertellen dat er de volgende dag weer een wedstrijd was. Toen maar een kroeg gezocht waar de wedstrijd live werd uitgezonden. Nou de chilenen zijn nog net geen colombianen maar in ieder geval bloedfanatiek. Nog even de uitslag 1-0 voor Universidad de Chile. Om het voetbalverhaal maar even af te maken. De volgende dag naar Everton tegen Huacipato. De wedstrijd was echt bedroevend slecht. Ik had een mooi plek recht achter de goal en als ik mijzelf omdraaide keek ik uit op een mooi meer. De fans van Everton waren bloedfanatiek en de sfeer was daardoor eigenlijk best aardig. In de 91-ste minuut scoorden Huacipato de 1-0....
De rest van mij tijd heb ik de stad bekeken en het strand bezocht. Na Chili in de bus richting Mendoza (Argentinie). De Zuid-amerikanen houden van grenzen en vooral van stempels en papiertjes. De argentijnen en de Chilenen zijn hier echte meesters in. Eerst om Chili in te komen wordt echt alles gescand zodat wij geen ziektes meenemen waar hun wijnen weer last van kunnen krijgen. De argentijnen doen hetzelfde. Dus op de grens aangekomen van beide landen, daar konden we onze lol niet op. Eerst zelf anderhalf uur in de rij staan om twee stempels te krijgen en vervolgens met de bus een uur in de rij staan om de bus te controleren, waar alle rugzaken uit de bus werden gehaald om gecontroleerd te worden. Toen als klap op de vuurpijl vroeg onze chauffeur ons een bijdrage voor de mensen die zo druk waren geweest om onze rugzakken te controlen. Goed, ik heb ook maar betaald, maar met echt heel veel tegenzin. Toen verder naar Mendoza, daar kwamen we dus meer dan twee uur later aan. Wat achteraf een beetje jammer was omdat de plaatselijke voetbalclub Godoy Cruz tegen Boca Juniors speelde en de wedstrijd net begonnen was. Dus maar een andere keer naar een Argentijnse wedstrijd. Mendoza is echt een studentenstad met veel leuke kroegen en restaurants. Het enige waar ik even aan moest wennen is het feit dat je hier pas om een uur of tien / elf ´s avonds gaat eten. In Mendoza ben ik een dag wezen raften wat erg leuk was. Voor de rest wat door de stad gewandeld en toen in de bus weer door naar Bariloche. Nou de volgende keer weer meer..
Eindelijk weer even wat tijd om jullie op de hoogte te brengen van mijn laatste belevenissen. Ik moet eerlijk zeggen het was ook wel weer tijd, want ik zit nu hemelsbreed 2500 km van de stad van mijn laatste verhaal. Dus ik heb wat in te halen. Nu weten jullie ook meteen even dat ik geen slachtoffer ben geworden van de aardbeving (mochten jullie daar uberhaupt zorgen over hebben gemaakt).
Ik was gebleven in Potosi en na Postosi ben maar weer eens in de bus gestapt en nu naar Uyuni (Bolovia). In Uyuni heb je alleen maar hotels, reisbureautjes en pizzeria´s. Dus ik heb de eerste avond in Uyuni aan de pizza gezeten. Samen met twee zwitserse meisjes die ook vanuit hetzelfde hostel in Potosi kwamen. De enige reden waarom mensen naar Uyuni gaan is de enorme zoutvlakte die hier ligt (Salar de Uyuni). De grootste ter wereld (ongeveer de helft van Belgie). Dus ook maar een toer geboekt (van drie dagen wel te verstaan) samen met de Zwiterse meisjes, die nog een vriendin hadden uitgenodigd. Bij vertrek kwamen er nog Duitse en Canadese bij. Dus met 5 vrouwen in de jeep over de zoutvlakte. Eerst was ik nogal sceptisch over deze toeristische attractie maar het was echt waar schitterend. De eerste dag zijn we over de zoutvlakte gereden naar een zouthotel (wat op zich niet zo interessant was), maar toen zijn wij met nog een jeep doorgereden naar een soort van eiland in de zoutvlakte en de rest van de jeeps (ongeveer 40!!) reden terug naar Uyuni. Het verhaal was dat het te gevaarlijk was om over de zoutvlakte te rijden (vanwege het water). Dus we hadden de zoutvlakte helemaal voor ons zelf. Het enige wat gevaarlijk was, was dat onze chauffeur bijna in slaap viel. We zijn maar een spelletje met hem gaan spelen. We hebben het landenspelletje gedaan (ps. Wiert: in het Spaans is er echt niks aan omdat bijna alle landen in het Spaans op een A eindigen). Het eiland was echt onwerkelijk: midden in een witte vlakte een eiland van versteend koraal met enorme cactussen van wel 12 meter hoog. Na de zoutvlakte hebben we overnacht in klein dorpje in een soort huis. De volgende dag op pad naar de verschillende lagunas (rode, bruine, blauwe groene). Overnacht in een groot hotel-achtig iets. De laatste dag naar de geisers. ´s ochtends om half 5 in de jeep op pad. Het vroor, dus het was echt koud. Onderweg nog een lekke band gehad en ik heb samen met onze chauffeur en een andere chauffeur de band verwisseld. Daar werden we ook niet echt warmer van. Na de geisers lekker bijgekomen in de thermale baden (ps. in het thermale bad zei een Chileens meisje dat ik op een bekende mexicaan lijk, waar heb ik dat verhaal eerder gehoord (Blanca
) en toen naar Chili. Onze chauffeur heeft ons afgezet op de grens met Chili en daar kwam netjes een bus ons ophalen om ons naar San Pedro de Atacama te brengen.
San Pedro is erg toeristisch (alleen maar toeristen) maar ik heb echt in een erg leuk hostel gezeten. Ik zat bij Oriel en de meisjes zaten bij de broer van Oriel. Ik moest ongeveer 500 meter door een weiland lopen om mijn kamer te komen (en dat midden in een van de droogste woestijnen ter wereld, de laatste keer dat het hier geregend had was 15 februari 2009) . Er waren drie slaapkamers: een voor mij, een voor Oriel en een voor een nederlands stel dat ook van de zoutvlakte kwam. Omdat ik zo´n mooi terras had, kwam iedereen (de meisjes, een chileens stel en nog een nederlands stel) bij mij op terras zitten tussen de koeien en paarden en met uitzicht op een 6000 meter hoge vulkaan. Ook Oriel en zijn broer kwamen er bij (samen met 2 flessen wijn en 2 flessen rum). Om 5 uur ´s nachts hadden we de laatste fles op. De volgende twee dagen heb ik weer een zoutvlakte bezocht, de woestijn en de Laguna Cejar (een zoutlaguna, waarin je bleef drijven). ´s nachts zijn we wezen sterren kijken in de woestijn, wat heel erg leuk was. We kregen uitleg van een Fransman en drie uur later waren we allemaal een beetje sterrenkundige geworden. De laatste dag in San Pedro zou ook weer een vreemde worden, want Oriel en zijn broer hadden ons uitgenodigd voor het carnaval. Dat werd gevierd in een klein dorpje midden in de woestijn. Wij met een busje naar dat dorpje. Geen optochten, geen glitters en geen boerenkielen. Oriel had al gezegd dat we er niets van zouden begrijpen, hij had gelijk. Even korte uitleg. Het hele dorp verzameld zich bij huis nummer 1 en in de schuur worden drie dansen gedaan en dan naar huis nummer 2 waar hetzelfde ritueel plaats vindt en dat onder leiding van 5 mannen gekleed in vrouwen kleren met een taken (waren ook nog hard mee kunnen slaan). In de tussentijd is het de bedoeling dat de vrouwen en mannen (en vice versa) elkaar met meel insmeren. Wij hadden geen meel, dus wij waren een erg gemakkelijk slachtoffer. Dus in 5 minuten waren we helemaal wit. Toen dus ook maar even meegedanst in de schuur. De eerste dans was een soort van mix tussen de polonaise en "van voor naar achter ..", dus dat konden we gemakkelijk meedoen. Tijdens het dansen kreeg ik een drankje wat ik moest opdrinken en wat een mix van gefermenteerde " soort" sperziebonen (echt heel erg vies), maar goed ik laat me ook niet kennen. Na drie uurtjes carnaval hadden de meeste vrouwen het wel gehad omdat de lokale mannen zo dronken waren dat ze een beetje vervelend gingen doen. Dus toen ook maar terug naar San Pedro, maar eerst zelf ook nog even wat vrouwen proberen in te smeren met meel. Wat eigenlijk heel erg slecht gelukt is omdat zij er toch meer bedreven in waren. Na San Pedro op naar La Serena aan de Chileense kust. In het volgende verhaal daar meer over.
Saludos Michel
Waar krijg je nou meer zin in iets Nederlands dan op 3600 meter. Dan ben je toch blij dat we in Nederland geen bergen hebben die zo hoog zijn. Om mijn behoefte naar Nederland (het valt wel een beetje mee hoor) een beetje te stillen ben ik het eerste de beste Nederlandse restaurant ingedoken. Ja, dit is echt waar. In Sucre is het nog erger daar heb je zelfs drie Nederlandse restaurants. Ja, ik weet het is bijna hetzelfde als Friet bij Piet aan de Costa del Sol. Als voorafje een portie bitterballen en als hoofdgerecht Nasi met saté. Het was heel erg goed te eten, zelfs de bitterballen waar perfect. Na het eten heb ik even bij de eigenaar en de belgische kok (oud keeper van KV Mechelen) aan tafel gezeten en hebben toen nog een portie geprobeerd. Ze worden helemaal met de hand gemaakt en de belgische kok vindt het helemaal niks en veel te veel werk. Na wat culinaire discussies waren ze het overeens dat ze aan de Nederlandse kaart ook Kaaiman gaan toevoegen met een lekkere mango-saus. Dus mochten jullie nog een keer Kaaiman willen eten dan is dat de de place to be.
Net als de meeste hoofdsteden in Zuid-Amerika is La Paz niet een erg bijzondere stad, maar ik heb er toch 4 dagen goed vermaakt. Wat rondgeslenterd, wat kerken bezocht en noem maar op. Wat La Paz bijzonder maakt en natuurlijk heel Bolivia, is de hoogte. Het is hier natuurlijk wel wat koeler dan aan de kust maar eigenlijk valt de kou best mee. Het is hier heerlijk lente weer met aan het einde van de dag een onweersbui. De La Pazeñas (dit woord heb ik zelf verzonnen) denken hier volgens mij anders over want met hun spijkerbroeken, dikke truien en dikke leren jassen zijn zij goed voorbereid op de kou (in vergelijking met mij: korte broek en t-shirt). Vanuit La Paz heb ik ook een fietstocht gemaakt over de most-world dangerous road (klinkt wat vriendelijker dan el camino de la muerte). Het is ongeveer 4,5 uur afdalen van 4700 meter naar 1200 meter. We waren gewaarschuwd voor de kou. Dus ik had 2 t-shirts, 1 long sleef, 1 windjack, 1 regenjack en 2 broeken aan. Het was ook erg koud dus ik had het wel nodig. Toen we beneden aankwamen had ik 1 korte broek en 1 t-shirtje aan. Gelukkig was het erg mistig op het eerste gedeelte zodat ik niet in de diepte kon kijken (de afgronden naast de weg gaan van 100 tot 600 meter diep), verder alleen maar op de weg gelet. Het was erg mooi om te zien en was eerlijk gezegd wel heel erg blij dat we beneden waren. Daarna gegeten in een dierenopvang centrum (waar een aapje mij nog bladjes probeerde te voeren) en toen weer terug naar La Paz.
Na La Paz in het vliegtuig naar Sucre (de eigenlijke hoofdstad van Bolivia) een erg mooi stadje. Ook hier wat kerken en musea bezocht. Ook ben ik een ochtend naar de dinosaurs-voetstappen geweest. Helaas was de dag er voor een groot deel van de voetstappen ingestort. Dus er was niet zo heel veel meer te zien. De volgend halte op de gringo-trail is Potosi en na een echt schitterende busrit van 3 uur over de Altiplano van Bolivia, kwam ik aan in de hoogste stad ter wereld (ik weet echt niet of dit klopt, maar iedereen zegt het). De reden dat iedereen deze stad bezoekt is niet zo zeer de hoogte (wat ook wel indrukwekkend is), maar de grote zilvermijn van de stad. Deze mijn wordt al 400 jaar gebruikt en hier haalden de Spanjaarden hun zilver vandaan. Ja weer even wat geschiedenis. Volgens Eduardo Galeano is het mogelijk om van al het zilver dat de spanjaarden uit deze mijn hebben gehaald een brug van zilver te bouwen van Potosi tot Madrid (ik heb dit ook niet gecheckt). In de mijn wordt nog steeds gewerkt, maar er wordt steeds minder zilver gevonden. De situatie in de mijn is echt erbarmelijk. Een gemiddelde mijnwerker wordt tussen de 45 en 50 jaar. Dat moest ik ook maar even een keer met eigen ogen zien. Dus een toer geboekt. Eerst naar de mijnwerkers-markt en daar cocabladeren, dynamiet en alcohol gekocht voor de mijnwerkers. Zelf ook even wat alcohol gedronken (met een percentage van 96%, op de fles stond alcohol potable) en pachamama gevraagd om ons weer gezond en wel uit de mijn te laten komen. Toen de mijn in. We waren met drie groepjes van 7 en zouden vier lagen de mijn in gaan. Na de eerste laag wilde helft al weer naar buiten. Een combinatie van de hoogte (4300 meter), de hitte (35 graden) en de enorme hoeveelheid stof zorgde voor allerlei claustrofobische reacties. Het was niet een mooie tocht, maar wel een indrukwekkende. De gids vroeg zich nog af waarom wij hier geld voor betaalden (ik denk dat ie gelijk heeft). De terugtocht was nog erger dan de weg in omdat we nu omhoog moesten kruipen en ik als laatste in de groep al het stof van mijn groepsgenoten in mijn gezicht kreeg. Na een 1,5 uur in de mijn hebben we de laatste stop geskipped, want iedereen had hetzelfde (zo snel mogelijk er weer uit). We hadden één staaf dynamiet bewaard om zelf af te steken. Dus nadat we dat gedaan hadden weer terug naar de stad en maar weer aan de sterke drank om iedereen te bedanken. Verder niet zoveel uitgevoerd in Potosi dan waterballonen gooien met de lokale jeugd, met 8 man Spaghetti Carbonara gekookt en toen op naar Uyuni. De volgende keer hier meer over.
Ik ga nu proberen jullie in een half a-4tje mee te nemen langs een aantal toeristische attracties in Peru. Ik had jullie de vorige keer al verteld dat ik na Lima in Huacachina was aangekomen. In vergelijking met Lima en de Amazone is dit een compleet ander landschap. Het gebied ten zuiden van Lima (tot aan Chili) valt het best te karakteriseren als één grote zandbak. Het gebied rondom Huacachina is dan wel een hele mooie zandbak. Het regent hier 1,7 mm per jaar. Huacachina is klein dorpje met alleen maar hotels in een oase in de woestijn. Vanuit Huacachina ben ik een dagje naar de Islas Ballestas geweest en daar zeeleeuwen en enorm veel meeuwen gezien. Ook zijn we langs de Calabra gevaren (een tekening in de woestijn die je vanaf zee kunt zien). Maar de topattractie van Huacachina zijn de enorme zandduinen en het is hier een gewoonte om met een buggy de duinen in te gaan en daar te sandboarden. Dus dat heb ik ook maar gedaan. Op de buik op een plank de duinen af. Het is niet voor te stellen welke snelheden je daar mee kunt halen. De laatste keer ging het dan ook iets te snel en ben ik gecrashd. Dus onder het zand, blauwe plekken, schaafplekken en vinger die niet meer wilde buigen, heb ik genoten van de ondergaande zon. Na deze sportieve uitspattingen de dag erop maar weer wat cultuur. Dus op naar Nazca. Vanwege de stakingen van de bussen (en de blokkades van wegen), moesten we om 4 uur ´s ochtends al naar Nazca. In Nazca heb ik natuurlijk de lijnen vanuit de lucht in een vliegtuigje bekeken. Eigenlijk veel absurder vond ik de begraafplaats van Chauchilla een stuk gebied met allerlei mummies en verspreid over enorm stuk gebied allemaal botten. Op de weg terug bleek dat de staking dan toch echt was begonnen, ze hadden gelukkig niet onze weg afgesloten. De volgende dag zou ik doorreizen naar Arequipa. Teruggekomen in het hotel bleek dat we niet meer weg konden. Op zich voor mij niet zo groot probleem maar voor een aantal mensen in het hotel wel, omdat zij of een vliegtuig naar huis moesten hebben of de Inca-trail moesten lopen. Uiteindelijk heb ik drie dagen langer dan gepland in Huacachina gezeten. We waren met ongeveer 10 mensen in het hotel en hebben ons goed vermaakt. 3 dagen vast in de woestijn is ook maar weer een goed verhaal voor thuis.
Drie dagen later dan gepland naar Arequipa gegaan. Eigenlijk een hele mooie stad en hier niet zo heel veel gedaan dan geslenterd door de stad en kerken en musea bekeken. Ik ben nog wel een dagje naar een enorme Canyon geweest. Ze zouden me half drie ´s nachts ophalen. Ik stond in mijn t-shirtje en korte broek klaar, maar toen ik de gids zag dacht ik wat gaan we nu weer doen (dikke winterjas met ijsmuts). In de bus werden grote zakken met kleden te voorschijn getoverd en ik zat binnen half uur onder twee kleden. De weg ging namelijk over een pas van 4950 meter. De canyon was erg mooi maar het meest bijzondere vond ik eigenlijk dat ik de vulkaar Mismi heb gezien. Onderzoek van vorige jaar heeft namelijk uitgewezen dat dat de bron van de Amazone is (die ik 1500 km noordelijker ook al had gezien). Na deze vermoeiende dag zou ik meteen door in de bus naar Cuzco, maar in het hostel werd ik erop gewezen dat er veel problemen in Cuzco en Machu Picchu waren en dat het niet verstandig was om door te reizen naar Cuzco. Erg jammer natuurlijk omdat dat toch wel de toeristisch attractie van Peru is. Een volgende keer beter. Toen moesten de reisplannen weer omgegooit worden en dus maar in de bus naar La Paz (Bolivia). Na een kaartje gekocht te hebben, werd mij verteld dat de bus niet om 01.00 uur maar tussen 01:00 en 2:30 zou vertrekken. Half drie dus! Op de grens met Bolivia vond de douane van Peru het nodig om ons 2 uur in de rij te laten wachten voor een stempel. De Boliviaanse douane kon hetzelfde trukje in 10 minuten. Dus na 16 uur in de bus in La Paz aangekomen. Op 3650 meter de hoogste hoofdstad ter wereld (de meningen zijn hier wel over verdeeld). Op deze hoogte merk je wel dat er wat minder zuurstof is maar heb geen last van hoogteziekte gehad. De volgende keer iets meer La Paz en Bolivia.
Vanuit Bogota in Leticia aangekomen, snikke hete stad aan de Amazone op het drie-landenpunt Colombia, Peru en Brazilië. Mijn hotel lag 300 meter van de Braziliaanse grens en dus de eerste dag meteen maar even een biertje gedronken in Brazilië. In Leticia wilde ik eigenlijk de jungle bezoeken en in een lodge overnachten, maar omdat deze stad vol zit met Colombiaanse toeristen was dit niet mogelijk. Dus er zat niets anders op dan een kaartje voor de boot naar Iquitos (Peru) te kopen. Ik kon pas twee dagen later met de boot vertrekken. Dus ik had nog één dag en die dag heb ik gebruikt om een stempel voor mijn paspoort te halen (om Colombia te verlaten). Op zich een bizare ervaring omdat voor de ingang van het vliegveld van Leticia vier politiemensen stonden met een drie meter lange Kaaiman die ze net hadden gevangen en in een politiebusje probeerde te krijgen. Na mijn ontmoeting met de kaaiman heb ik met een groep Colombianen een tocht door de jungle gemaakt. Het was een erg mooie wandeling. Een compleet andere jungle dan in het noorden van Colombia. Na de jungletocht zijn we beland bij een kruidendokter (dit is een heel lang verhaal) en we hebben bij de kruidendokter de hele avond Chuchuwasa gedronken (gemaakt van een bast van een boom en volgens de dokter goed voor het lichaam).
En toen was het moment toch aangekomen om Colombia te verlaten en naar Peru af te zakken. Dus om drie uur ´s nachts op de brommer van de jongen van het hostel naar Brazilië (Tabatinga) en in Tabatinga op een erg klein bootje met nog drie andere mensen om de Amazone over te steken naar Santa Rosa (Peru). Vandaar op de boot naar Iquitos. Na 11 uur dubbelgevouwen te hebben gezeten in de boot kwamen we aan in Iquitos. Ja, even wat toeristisch informatie. Iquitos is de grootste stad ter wereld (400.000 inwoners) die niet per weg, maar alleen per boot of vliegtuig te bereiken is. Iquitos is ook heet, maar in tegenstelling tot Leticia was het regelen van een jungle-lodge hier een eitje. Dus de volgende dag voor 6 dagen de jungle in. De lodge was echt schitterend. Het lag aan een zijrivier van de amazone. Er waren heel erg weinig mensen (in het begin 6 en uiteindelijk maar 3). De laatste drie dagen had ik mijn eigen gids en bootsman. Elke dag begon om 6 uur en we waren om een uur of 8 ´s avonds klaar. Pas de laatste dag heb ik een beetje gerelaxed. We hebben van alles gezien en gedaan: lopend, met de kano, met de boot de jungle in, we hebben gevist (ook piranhas gevangen en opgegeten, we hebben gezwommen in de amazone (alleen de dolfijnen wilden niet bij ons in de buurt komen) en de laatste nacht ben ik met gids en bootsman wezen kamperen in de jungle. Er waren enorm veel muggen en op een gegeven moment was het onmogelijk om stil te blijven zitten en toen ben ik ook maar begonnen om mijn kleren met deet in te smeren. ´s avonds kwamen we er achter dat op de boom achter onze tent een grote tarantula en een schorpioen zat. Volgens de "deskundigen" was dit geen probleem. De tent zat ook vol met muggen (dus heb die nacht maar weinig geslapen). Desondanks een bijzondere ervaring, want vanaf half zes ´s ochtends is het zo´n herrie van alle beesten die wakker worden. Op de terugweg nog even een dorpje bezocht waar we om 11 uur ´s ochtends maar weer even aan de sterke drank moesten (want het was volgens de mannen tijd voor drank) en daarna een hapje meegegeten. Een beetje ala de varkenspoten, maar het was nu de maag en het vlees van een kaaiman. Hierna door naar Iquitos.
Ik had al een ticket gekocht voor het vliegtuig naar Lima. Dus de volgende ochtend naar Lima (na heel veel gedoe over mijn kleren die nog bij de wasserij lagen). Ik ben in Lima twee nachten gebleven en eigenlijk wil ik niet zoveel over deze stad vertellen en ben blij dat ik na twee dagen deze gribusstad weer kan verlaten. De taxichauffeurs in Lima doen er dan ook zoveel mogelijk aan om de toeristen alleen nog maar banger te maken. Ik had dan ook weinig zin om 5 uur ´s ochtends met de taxi naar het busstation te gaan. Gelukkig was de bewaker van het hotel zo vriendelijk om even samen met mij een goede taxi te regelen. En achteraf viel het allemaal erg mee.
Nu alweer twee dagen in Huacachina (oase in de woestijn). De volgende keer meer (ik heb alvast wel even fototje toegevoegd).
Saludos Michel
Jullie hebben een hele tijd niets van mij gehoord. De laatste 8 dagen had namelijk weinig tot geen internet. Dus het wordt een heel verhaal!
Ik was gebleven in Bogota of Bogota Districto Capital of Santa Fe de Bogota. De laatste naamswijziging was in 2002. Na een rustige maar toch late oudjaarsnacht, heb ik op nieuwsjaarsdag eigenlijk helemaal niets gedaan. Netals de rest van Bogota trouwens. De straten waren uitgestorven en alles was gesloten. Wat rondgehangen en wat gebiljart (na skeeleren en voetbal een erg populaire sport hier). Eerlijk gezegd is Bogota een lelijke stad. Er staan een paar mooie gebouwen op de Plaza bolivar en de Candelaria is een leuke wijk, voor de rest zijn er verpauperde betonnen gebouwen. De reden dat ik hier moest blijven was dan ook dat ik mijn vliegticket op het kantoor van Iberia moest wijzigen (heb ik al iets eerder over verteld). En dat kon alleen in Bogota. Na drie dagen bellen, bezoekje aan avianca (onderdeel van iberia), 1 uur in de taxi (en weer terug) en 140 euro bijbetalen had ik dezelfde ticket weer die ik een half jaar geleden ook al had.
Ondanks deze hele negatieve teneur heb ik het hier 5 dagen enorm naar mijn zin gehad. Ik zat in een hostel waar veel jonge Colombianen wonen: we hebben gekookt, film gekeken, ze hebben mij Bogota en omgeving laten zien en we zijn op stap geweest ( waar ik maar weer eens mijn danskunsten moest vertonen). Op zondag tijdens de mis hebben we Monserrate (kerk boven op berg) bezocht. Vanaf hier heb je een uitzicht over de hele stad en dan besef je pas hoe groot deze stad is (8 miljoen inwoners). We zijn een dag naar Zipaquira geweest (stad met een karthedraal 200 meter onder de grond in een zoutmijn). Het meest heb ik mij vermaakt de laatste de dag in de musea. Alle musea, waarvoor je moest betalen waren gesloten, dus dan maar naar de gratis. Eerst het politiemuseum. Het meest opzienbarend was de kelder, helemaal gewijd aan de twee belangrijkste kartels in colombia. Een kamer vol met politiefoto's van doodgeschoten leden van het Medellin kartel (de foto's bespaar ik jullie). Maar het pronkstuk was een pop van Pablo Escobar (nadat hij was neergeschoten, zie foto). Ondanks alles was dit bijna lachwekkend. Na de successen van de Colombiaanse politie op naar het museum van Fernando Botero (beeldhouwer en schilder). Fernando houdt van dik. Beroemde schilderijen van hem zijn dan ook: dikke vrouw, dikke man, dikke man op dik paard, dikke president, dikke guerillaleider, dikke appel. Hij is daarmee de moderne Colombiaanse Rubens. Een foto van de dikke vrouw, de dikke familie en de dikke Mona Lisa heb ik bijgevoegd. Na de musea kwamen we er achter dat ook Bogota last heeft van bosbranden. Erg bizar om bosbranden te zien in een stad van 8 miljoen mensen.
Na afscheid te hebben genomen van de mensen in het hostel ben ik s avonds naar Leticia gegaan (aan de Amazone). Dan merk je pas dat Bogota op 2640 meter ligt, het was namelijk 0 graden (ik weet het, niet zo koud als bij jullie). Om even het verschil met Leticia aan te geven (00:30 uur en 26 graden). Over Letcia vertel ik jullie de volgende keer iets meer.
Saludos Michel
Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.